asbestinventarisatie SC-540

Sinds het verbod op het produceren, verhandelen en toepassen van asbest zorgt het verwijderen van asbest voor de grootste risico’s
op blootstelling aan de gevaarlijke asbestvezels. Het Asbestverwijderingsbesluit 2005 schrijft voor dat bij gebouwen ouder dan 1994
vóór de sloop eerst een asbestinventarisatie plaatsvindt.
Het asbest en de asbesthoudende materialen moeten vóór de sloop uit het gebouw worden verwijderd.
Zowel de inventarisatie van asbest als de verwijdering ervan mag alleen door gecertificeerde asbestdeskundige bedrijven worden gedaan.
Gemeenten moeten bij het afgeven van een sloopvergunning en tijdens de sloopwerkzaamheden controleren of aan die voorwaarden is voldaan.


 


Inventarisatie van productie plants


 Inventarisatie van productie- en fabriekshallen


Inventarisatie van monumentale panden


 Inventarisatie van woningen


 

Asbestinventarisatie worden uitgevoerd:

1. voorafgaand aan en ten behoeve van het geheel of gedeeltelijk afbreken van bouwwerken en/of objecten;
2. voorafgaand aan en ten behoeve van het verwijderen van asbest;
3. voorafgaand aan en ten behoeve van het opruimen van asbest na een incident.

En voldoen aan:

1. Arbeidsomstandighedenwet;
2. Besluit van 7 juli 2006 tot wijziging van het Arbobesluit (implementatie van wijzigingsrichtlijn nr.2003/18/EG);
3. Asbestverwijderingsbesluit 2005.

Het betreft dus mede een implementatie van de Europese Richtlijn nr. 2003/18/EG.
Asbestinventarisatiebedrijven, werkzaam in Nederland en in het bezit van een procescertificaat SC-540 voldoen
daarmee aan de Europese regelgeving op dit gebied.

De inventariseerder moet óók op de hoogte zijn van de verwijderingstechnieken en -methoden die beschikbaar zijn.
Immers, de combinatie van materiaaleigenschappen en de bij demontage of sloop gebruikte technieken bepalen uiteindelijk het
concentratieniveau aan asbest in de lucht tijdens de asbestverwijdering en daarmee de risicoklasse.